Hujambo!
Wat een week.
Ik kan niet anders zeggen. Elke dag wanneer je opstaat weet je gewoon niet wat de dag je gaat brengen. En dat is zo leuk aan Afrika. Je weet nooit hoe het gaat lopen.
Na ons geweldige weekendje aan de Nijl begon maandag onze eerste dag bij Pearl Development Initiative. We namen vanaf het kantoor van Cew-it de Boda Boda richting het project. Onze Boda Boda moest ons eerst brengen naar Bweo gedede. Wat betekent: Laat de mensen spreken. Hier stapten we over op een andere Boda Boda die ons verder bracht. We reden alle 4 achter elkaar tot dat de Boda Boda van Lissi niet achter de rest aanreed. Ik bleek dus achterop te zitten bij één van de oudere mannen die een beetje de leiding had, dus hij ging achter de Boda Boda aan van Lis. We konden Lis nergens meer vinden. We bleven op een kruispunt wachten. Ondertussen vroeg mijn Boda Boda mannetje aan andere voorbijgangers of ze een Muzungu op een scooter voorbij hebben zien komen. Ondertussen belde ik Lis. Ze was al terecht en ze waren op mij aan het wachten. Zucht.
Dinsdag gingen we weer naar PDI en kregen we nog meer uitleg over de verschillende projecten. In de middag kregen we lunch. Bonen met rijst. We aten het onder een palmboom op in de tuin van PDI.
In de namiddag gingen Burcin en ik eten bij onze favo Acacia mall. Wat echt een feestje is want het eten daar is jammie! In de nacht van dinsdag op woensdag werd ik ziek. Waarschijnlijk iets van een voedselvergiftiging. Ik wilde eigenlijk woensdag mee gaan naar de slum, maar toen ik stond te wachten in de zon op de bus bedacht ik mij toch en keerde ik om naar huis.
Burcin was al thuis want die voelde zich ook niet lekker. Ik probeerde wat te slapen en wilde in de middag aan school gaan. Toen ik wakker werd voelde Burcin zich nog slechter worden. Daarom besloten we voor de zekerheid naar het ziekenhuis te gaan. Je denkt namelijk al snel aan Malaria als je je niet lekker voelt hier.
Ik regelde een taxi die ons voor 10.000 shilling naar het ziekenhuis bracht op 10 meter afstand haha. Hij maakte een beetje gebruik van de situatie, maar het kon ons op dat moment niet zoveel schelen.
We stapten binnen in een ‘ziekenhuis’. Het was druk en er schreeuwde een kind zo erg hard dat het door merg en been ging. We namen plaats en Burcin zat op een stoel waar geld tussen de leuning en het zitgedeelte zat. Maar ook dat kon ons even niks schelen. We werden omgeroepen en Burcin haar tempratuur en hartslag werd gemeten. Daarna werd ze getest op Malaria en andere ziektes die het zouden kunnen zijn. De dokter vroeg waar we vandaan kwamen en we zeiden uit Nederland. Hij keek ons vragend aan. ‘Jij ben t een muzungu, maar jij?’
Burcin haar ouders komen uit Turkije, dus de dokter snapte niks van dat twee verschillende soorten meiden uit hetzelfde land konden komen.
Gelukkig heeft Burcin geen Malaria, maar een nierbekken ontsteking.. Ik weet niet wat erger is?
Ze is nu aan de antibiotica en hopelijk gaat het snel beter!
Donderdag was ik nog steeds niet lekker en bleef ik nog een dagje thuis. Lissi en Laura gingen naar kantoor om hun notes uit te schrijven. Ze hadden een heftige dag gehad op woensdag. Ze waren naar de slum geweest en dat bleek vrij shocking te zijn. Ze hadden nog nooit zoveel armoede gezien. Kinderen spelend op straat, huisjes van karton en dronken mensen die dingen naar hun riepen. De omstandigheden zijn slecht. Ze bezochten The Street Voice. Een project waar jongeren een instrument kunnen spelen en muziek samen kunnen maken. Het is één van de weinige projecten die daar wordt gegeven.
Vrijdag was ik zo goed als hersteld, maar de andere hadden het nu erg slecht. We hebben allemaal last van buikgriep. Lisi ging met mij mee naar de markt vrouwen deze dag. We hadden om 12 uur afgesproken voor de moskee. De vrijdag is een gezegende dag in de Islam, dus het was enorm druk voor de moskee. Eerst waren we aan het wachten achter de entree van de moskee, maar we werden al snel weggestuurd want we moesten een sluier om. We verplaatsten ons een stukje verder en wachten nog een beetje langer. Na een half uur kwam Shahib aangelopen. ‘Hey meiden, ik ga nu bidden. Het duurt ongeveer 20/30 minuten’. Zucht… Jahoor is goed!
Onderweg had ik een leuke markt gezien, dus we besloten daar heen te gaan. Ik heb hier weer veel te leuke souvenirtjes gekocht. We liepen terug en namen weer plaats. Ondertussen moesten we echt om alles lachen. De geluiden van de moskee op de achtergrond, het continu geroep van Muzungu en mensen die gewoon radom hoi tegen ons kwamen zeggen. Op een gegeven moment kwam er een man naar ons toe van een kraampje met moslim kleding of we iets verder wilden gaan zitten. Ik begreep hem niet: ‘Ik hoef niks van je te kopen’. ‘Ik ga niet naar binnen’ zei ik.
Uhm Romy zei Lisi: ‘Hij wilt dat we een beetje gaan opschuiven’ Oh oeps.
Na ongeveer nog 30 minuten te hebben gewacht was Shahib nog steeds niet terug. We besloten om ergens wat te gaan drinken. We kwamen terecht in een barretje en dronken een cola. Na een tijdje… belde Shahib. ‘Waar zijn jullie, ik wacht op jullie!’.
Onze dag kon eindelijk beginnen om 14:30!
We namen eerst een bezoekje aan het politiekantoor. Politie heeft veel aanzien hier in Oeganda. Ze worden ook vervoerd in super moderne jeeps met afdakje. Een vrouw vertelde over de opvang die de politie biedt aan vrouwen en kinderen die het nodig hebben. Ondertussen waren we getuigen van een soort adoptie wat naast ons plaats vond van een baby die gevonden was van nog geen week oud. Na het gesprek met de vrouw werden we nog voorgesteld aan 2 mannen. Hoofdofficieren?
We hadden een zwaar gesprek over geloof en over huidskleur. Het blijft toch lastig om te vertellen dat je niet in een god gelooft. Ik ging nog even het gesprek aan over huidskleur dat het komt door de zon en hoe dichter je bij de evenaar woont, maar het had geen zin. Hij vertelde ons dat alle mensen officieel van Oeganda komen en dat we dus allemaal Oegandees bloed hebben... Dat je het even weet!
Hierna gingen we naar de laatste officier, maar die kon ik niet meer serieus nemen nadat ik het boek Fifty Shades of Grey op z’n bureau zag liggen.
Na dit bijzondere bezoek gingen we eindelijk naar de marktvrouwen waar we eigenlijk die dag voor kwamen. We aten nog even een Rolex.. Ik weet niet of dit verstandig was ivm met buikgriep.
(De naam Rolex komt trouwens van Roll and Eggs. Funny fact)
Na onze versnapering gingen we in gesprek met één van de marktvrouwen. Het was ontzettend druk op de markt. Ze verkopen voornamelijk groenten en fruit. Het stuk land waar de markt op staat is van één rijke eigenaar. Elke stand betaald 4000 shilling wat gelijk staat aan 1euro. 4000 schilling is veel geld voor een Oegandees. Wanneer je op land van de overheid staat betaal je maar 1000 schilling alleen op die markt komen niet veel mensen…
Na deze lange dag ploften we neer bij een geweldige pizza tent.
In de nacht van vrijdag op zaterdag had ik bizarre dromen over dat ik op een boerderij woonde, maar dat al m’n dieren dood gingen en de tanden eruit getrokken werden(?) Lisi heeft last van haar gebit, dus vandaar en de nachtmerries komen door de Malaria pillen.
Zaterdag gingen Lisi en ik naar het Victoria meer. De Boda Boda bracht ons met 40 minuten naar de ‘haven’. We waren onze Boda’s nog niet afgestapt of er werd al geroepen: ‘Muzungu wil je een boot tour?’ ‘200.000 shilling!’ Binnen no time werden we omsingeld. Een jongen vroeg of hij mijn huid mocht voelen. Ik zei; ‘Jahoor, voelt toch niet anders’ en hij was het met mij eens.
We zeiden dat we nog even wilde wachten met beslissen en dronken een cola aan het meer. Een jongen van een jaar of 12 leerde Lisi wat Oegandese woorden en ik observeerde zoals altijd de boel. Na een tijdje kwam een jongen naast ons staan en vroeg of we voor 150 shillling een eilandtour wilden. We twijfelden en besloten het toch wel te doen!
In een houten kano voerden we naar verschillenden eilanden. Geoffrey vertelde over het punishment eiland. Dit is een eiland midden op het Victoria meer waar vroeger mensen als straf naar toe werden gestuurd. Ik vroeg nog of er nijlpaarden of krokodillen zwommen in het meer, maar helaas. Je kan ook niet in het meer zwemmen want er zit een enge bacterie waarbij beesten onder je huid gaan kruipen brrrrrrr.
We meerden aan bij één van de eilandjes en aten vis. Daarna bracht Lisi ons naar huis. Zij mocht de boot terug varen! De twee jongens zijn nu onze vrienden en willen ons volgende keer naar een eiland brengen waar apen leven!
Na ons tochtje gingen de twee muzungu’s nog een stukje lopen. We zagen vanaf het meer een strand wat ons wel leuk leek om nog wat te drinken. Voordat je het strand kon betreden moest je eerst langs een enorme gate en een man met een geweer natuurlijk. Op de gate stond groot geschreven: No weapons allowed. De man wilde weten wat er in ons plastic zakje zat. Een watermeloen. Vervolgens zei de gate keeper: ‘Maar je hebt geen mes om de meloen open te maken, dus ik kan hem voor je bewaren’ waarop Lisi zei: ‘Oh, maar ik heb een mes bij mij!’ No weapons allowed….
Zondag ochtend gingen we ontbijten bij Holy Crêpe! Een pannenkoeken tent midden in de rijke ambassade buurt. Echt een muzungu plek! De crêpe was top en ik had eindelijk weer even een top cappuccino. Na het ontbijt wilden we nog even naar de craft market, maar die was helaas dicht. We gingen naar huis en ik werkte wat aan school..
Morgen wordt een lange dag. We hebben al vroeg een meeting met Cew-it en PDI om alles een beetje voor iedereen duidelijk te krijgen. Ondertussen is het nog maar 5 weken stage en we hebben nog niet echt concrete stappen gezet. Niet dat je niks leert hoor, want elke dag is er wel weer iets wat ik leer. Ik heb het erg naar mij zin en ik vind het super tof dat ik dit kan doen. Het is wel een hele andere wereld dan Zuid-Afrika wat ik ergens wel wist maar toch onbewust ga je vergelijken. Zo blijkt maar weer dat je Afrika niet als één geheel kan beschouwen.
Op naar de 3e week!
Tutoanana! (tot ziens!)
Wat een week.
Ik kan niet anders zeggen. Elke dag wanneer je opstaat weet je gewoon niet wat de dag je gaat brengen. En dat is zo leuk aan Afrika. Je weet nooit hoe het gaat lopen.
Na ons geweldige weekendje aan de Nijl begon maandag onze eerste dag bij Pearl Development Initiative. We namen vanaf het kantoor van Cew-it de Boda Boda richting het project. Onze Boda Boda moest ons eerst brengen naar Bweo gedede. Wat betekent: Laat de mensen spreken. Hier stapten we over op een andere Boda Boda die ons verder bracht. We reden alle 4 achter elkaar tot dat de Boda Boda van Lissi niet achter de rest aanreed. Ik bleek dus achterop te zitten bij één van de oudere mannen die een beetje de leiding had, dus hij ging achter de Boda Boda aan van Lis. We konden Lis nergens meer vinden. We bleven op een kruispunt wachten. Ondertussen vroeg mijn Boda Boda mannetje aan andere voorbijgangers of ze een Muzungu op een scooter voorbij hebben zien komen. Ondertussen belde ik Lis. Ze was al terecht en ze waren op mij aan het wachten. Zucht.
Dinsdag gingen we weer naar PDI en kregen we nog meer uitleg over de verschillende projecten. In de middag kregen we lunch. Bonen met rijst. We aten het onder een palmboom op in de tuin van PDI.
In de namiddag gingen Burcin en ik eten bij onze favo Acacia mall. Wat echt een feestje is want het eten daar is jammie! In de nacht van dinsdag op woensdag werd ik ziek. Waarschijnlijk iets van een voedselvergiftiging. Ik wilde eigenlijk woensdag mee gaan naar de slum, maar toen ik stond te wachten in de zon op de bus bedacht ik mij toch en keerde ik om naar huis.
Burcin was al thuis want die voelde zich ook niet lekker. Ik probeerde wat te slapen en wilde in de middag aan school gaan. Toen ik wakker werd voelde Burcin zich nog slechter worden. Daarom besloten we voor de zekerheid naar het ziekenhuis te gaan. Je denkt namelijk al snel aan Malaria als je je niet lekker voelt hier.
Ik regelde een taxi die ons voor 10.000 shilling naar het ziekenhuis bracht op 10 meter afstand haha. Hij maakte een beetje gebruik van de situatie, maar het kon ons op dat moment niet zoveel schelen.
We stapten binnen in een ‘ziekenhuis’. Het was druk en er schreeuwde een kind zo erg hard dat het door merg en been ging. We namen plaats en Burcin zat op een stoel waar geld tussen de leuning en het zitgedeelte zat. Maar ook dat kon ons even niks schelen. We werden omgeroepen en Burcin haar tempratuur en hartslag werd gemeten. Daarna werd ze getest op Malaria en andere ziektes die het zouden kunnen zijn. De dokter vroeg waar we vandaan kwamen en we zeiden uit Nederland. Hij keek ons vragend aan. ‘Jij ben t een muzungu, maar jij?’
Burcin haar ouders komen uit Turkije, dus de dokter snapte niks van dat twee verschillende soorten meiden uit hetzelfde land konden komen.
Gelukkig heeft Burcin geen Malaria, maar een nierbekken ontsteking.. Ik weet niet wat erger is?
Ze is nu aan de antibiotica en hopelijk gaat het snel beter!
Donderdag was ik nog steeds niet lekker en bleef ik nog een dagje thuis. Lissi en Laura gingen naar kantoor om hun notes uit te schrijven. Ze hadden een heftige dag gehad op woensdag. Ze waren naar de slum geweest en dat bleek vrij shocking te zijn. Ze hadden nog nooit zoveel armoede gezien. Kinderen spelend op straat, huisjes van karton en dronken mensen die dingen naar hun riepen. De omstandigheden zijn slecht. Ze bezochten The Street Voice. Een project waar jongeren een instrument kunnen spelen en muziek samen kunnen maken. Het is één van de weinige projecten die daar wordt gegeven.
Vrijdag was ik zo goed als hersteld, maar de andere hadden het nu erg slecht. We hebben allemaal last van buikgriep. Lisi ging met mij mee naar de markt vrouwen deze dag. We hadden om 12 uur afgesproken voor de moskee. De vrijdag is een gezegende dag in de Islam, dus het was enorm druk voor de moskee. Eerst waren we aan het wachten achter de entree van de moskee, maar we werden al snel weggestuurd want we moesten een sluier om. We verplaatsten ons een stukje verder en wachten nog een beetje langer. Na een half uur kwam Shahib aangelopen. ‘Hey meiden, ik ga nu bidden. Het duurt ongeveer 20/30 minuten’. Zucht… Jahoor is goed!
Onderweg had ik een leuke markt gezien, dus we besloten daar heen te gaan. Ik heb hier weer veel te leuke souvenirtjes gekocht. We liepen terug en namen weer plaats. Ondertussen moesten we echt om alles lachen. De geluiden van de moskee op de achtergrond, het continu geroep van Muzungu en mensen die gewoon radom hoi tegen ons kwamen zeggen. Op een gegeven moment kwam er een man naar ons toe van een kraampje met moslim kleding of we iets verder wilden gaan zitten. Ik begreep hem niet: ‘Ik hoef niks van je te kopen’. ‘Ik ga niet naar binnen’ zei ik.
Uhm Romy zei Lisi: ‘Hij wilt dat we een beetje gaan opschuiven’ Oh oeps.
Na ongeveer nog 30 minuten te hebben gewacht was Shahib nog steeds niet terug. We besloten om ergens wat te gaan drinken. We kwamen terecht in een barretje en dronken een cola. Na een tijdje… belde Shahib. ‘Waar zijn jullie, ik wacht op jullie!’.
Onze dag kon eindelijk beginnen om 14:30!
We namen eerst een bezoekje aan het politiekantoor. Politie heeft veel aanzien hier in Oeganda. Ze worden ook vervoerd in super moderne jeeps met afdakje. Een vrouw vertelde over de opvang die de politie biedt aan vrouwen en kinderen die het nodig hebben. Ondertussen waren we getuigen van een soort adoptie wat naast ons plaats vond van een baby die gevonden was van nog geen week oud. Na het gesprek met de vrouw werden we nog voorgesteld aan 2 mannen. Hoofdofficieren?
We hadden een zwaar gesprek over geloof en over huidskleur. Het blijft toch lastig om te vertellen dat je niet in een god gelooft. Ik ging nog even het gesprek aan over huidskleur dat het komt door de zon en hoe dichter je bij de evenaar woont, maar het had geen zin. Hij vertelde ons dat alle mensen officieel van Oeganda komen en dat we dus allemaal Oegandees bloed hebben... Dat je het even weet!
Hierna gingen we naar de laatste officier, maar die kon ik niet meer serieus nemen nadat ik het boek Fifty Shades of Grey op z’n bureau zag liggen.
Na dit bijzondere bezoek gingen we eindelijk naar de marktvrouwen waar we eigenlijk die dag voor kwamen. We aten nog even een Rolex.. Ik weet niet of dit verstandig was ivm met buikgriep.
(De naam Rolex komt trouwens van Roll and Eggs. Funny fact)
Na onze versnapering gingen we in gesprek met één van de marktvrouwen. Het was ontzettend druk op de markt. Ze verkopen voornamelijk groenten en fruit. Het stuk land waar de markt op staat is van één rijke eigenaar. Elke stand betaald 4000 shilling wat gelijk staat aan 1euro. 4000 schilling is veel geld voor een Oegandees. Wanneer je op land van de overheid staat betaal je maar 1000 schilling alleen op die markt komen niet veel mensen…
Na deze lange dag ploften we neer bij een geweldige pizza tent.
In de nacht van vrijdag op zaterdag had ik bizarre dromen over dat ik op een boerderij woonde, maar dat al m’n dieren dood gingen en de tanden eruit getrokken werden(?) Lisi heeft last van haar gebit, dus vandaar en de nachtmerries komen door de Malaria pillen.
Zaterdag gingen Lisi en ik naar het Victoria meer. De Boda Boda bracht ons met 40 minuten naar de ‘haven’. We waren onze Boda’s nog niet afgestapt of er werd al geroepen: ‘Muzungu wil je een boot tour?’ ‘200.000 shilling!’ Binnen no time werden we omsingeld. Een jongen vroeg of hij mijn huid mocht voelen. Ik zei; ‘Jahoor, voelt toch niet anders’ en hij was het met mij eens.
We zeiden dat we nog even wilde wachten met beslissen en dronken een cola aan het meer. Een jongen van een jaar of 12 leerde Lisi wat Oegandese woorden en ik observeerde zoals altijd de boel. Na een tijdje kwam een jongen naast ons staan en vroeg of we voor 150 shillling een eilandtour wilden. We twijfelden en besloten het toch wel te doen!
In een houten kano voerden we naar verschillenden eilanden. Geoffrey vertelde over het punishment eiland. Dit is een eiland midden op het Victoria meer waar vroeger mensen als straf naar toe werden gestuurd. Ik vroeg nog of er nijlpaarden of krokodillen zwommen in het meer, maar helaas. Je kan ook niet in het meer zwemmen want er zit een enge bacterie waarbij beesten onder je huid gaan kruipen brrrrrrr.
We meerden aan bij één van de eilandjes en aten vis. Daarna bracht Lisi ons naar huis. Zij mocht de boot terug varen! De twee jongens zijn nu onze vrienden en willen ons volgende keer naar een eiland brengen waar apen leven!
Na ons tochtje gingen de twee muzungu’s nog een stukje lopen. We zagen vanaf het meer een strand wat ons wel leuk leek om nog wat te drinken. Voordat je het strand kon betreden moest je eerst langs een enorme gate en een man met een geweer natuurlijk. Op de gate stond groot geschreven: No weapons allowed. De man wilde weten wat er in ons plastic zakje zat. Een watermeloen. Vervolgens zei de gate keeper: ‘Maar je hebt geen mes om de meloen open te maken, dus ik kan hem voor je bewaren’ waarop Lisi zei: ‘Oh, maar ik heb een mes bij mij!’ No weapons allowed….
Zondag ochtend gingen we ontbijten bij Holy Crêpe! Een pannenkoeken tent midden in de rijke ambassade buurt. Echt een muzungu plek! De crêpe was top en ik had eindelijk weer even een top cappuccino. Na het ontbijt wilden we nog even naar de craft market, maar die was helaas dicht. We gingen naar huis en ik werkte wat aan school..
Morgen wordt een lange dag. We hebben al vroeg een meeting met Cew-it en PDI om alles een beetje voor iedereen duidelijk te krijgen. Ondertussen is het nog maar 5 weken stage en we hebben nog niet echt concrete stappen gezet. Niet dat je niks leert hoor, want elke dag is er wel weer iets wat ik leer. Ik heb het erg naar mij zin en ik vind het super tof dat ik dit kan doen. Het is wel een hele andere wereld dan Zuid-Afrika wat ik ergens wel wist maar toch onbewust ga je vergelijken. Zo blijkt maar weer dat je Afrika niet als één geheel kan beschouwen.
Op naar de 3e week!
Tutoanana! (tot ziens!)
| Op een houten bootje op het Victoria meer,, Dat kan niet iedereen zeggen! |
| Muzungu's drinken een cola aan het Victoria meer. |
| Ons gezelschap |
| Ik weet ook niet of dit goed is voor je maag.. |
| Lisi: Zo waar willen jullie heen? |
| Fruit stapelen |
| Zo ligt je visje er dus bij voordat ie op je bord belandt |
| Dit ziet er beter uit... |
| Uitzicht Holy Crêpe |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten